Zin in Lezen
Leesonderwijs in het Primair Onderwijs

Wetenschappelijk onderzoek

Onderzoek naar de aanpak 'Zin in Lezen'

Dat veel leerlingen geen zin in lezen hebben wordt zichtbaar na enkele jaren leesonderwijs. De hypothese van dit onderzoek is echter dat deze groep leerlingen al eerder 'onzichtbaar' hun zin in lezen hebben verloren. Dit komt onder andere doordat zij de functionaliteit van lezen niet (leren) zien. In regulier leesonderwijs in groepen 2 en 3 wordt vooral ingezet op technisch lezen, waardoor bepaalde kinderen zich niet competent voelen. In een samenwerking tussen 18 scholen, de Vrije Universiteit, De Activiteit en OBD Noordwest wordt deze hypothese onderzocht. Hiervoor ontvangen we subsidie van het NRO (projectnummer 40.5.18540.213).

De Activiteit heeft een leesaanpak ontwikkeld die inzet op betekenisvol lezen en schrijven: Zin in Lezen (ZiL). Startpunt van deze benadering is actieve deelname van kinderen aan betekenisvolle geletterdheidspraktijken, zoals een dierenwinkel. De leerkracht ontwerpt deze activiteiten zelf. De activiteiten zijn tegelijkertijd gericht op het bevorderen van leesmotivatie, begrip, technisch lezen en woordenschat. Om deze aanpak goed te implementeren is professionalisering van leerkrachten essentieel, omdat zij zelf betekenisvolle lees- en schrijfactiviteiten gaan ontwerpen. Hier wordt in de lerarenopleiding doorgaans niet of nauwelijks aandacht aan besteed.

Met dit onderzoek kan een bijdrage worden geleverd aan het leesonderwijs op de basisschool. We willen leerkrachten handvatten geven waarmee ze het leesonderwijs voor alle leerlingen interessanter kunnen maken. En we verwachten dat Zin in Lezen positieve effecten zal hebben op leesmotivatie en leesbegrip, vooral bij aarzelende lezers.

In totaal doen de groepen 2, 3 en 4 van 18 scholen mee aan het onderzoek, waarvan op 9 scholen een professionalisering wordt ingezet gericht op Zin in Lezen en op 9 scholen een professionalisering gericht op werken met een methode. We meten het effect van de professionaliseringstrajecten op leerkrachtvaardigheden tijdens het leesonderwijs in de klas. Vervolgens kijken we in alle klassen naar de invloed van ZiL versus lezen met methodes op de leesontwikkeling en de lees- en schrijfmotivatie van kinderen, waarbij we speciaal kijken naar aarzelende lezers.​

Voor meer informatie over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Marjolein Dobber (m.dobber@vu.nl) of Lisa van der Sande (n.e.vander.sande@vu.nl).