Zin in Lezen
Leesonderwijs in het Primair Onderwijs

Over 'Zin in Lezen'  

'Zin in Lezen' is een aanpak voor lees- schrijfonderwijs in het primair onderwijs. Binnen een voor de kinderen betekenisvolle context zin in lezen krijgen en houden, daar gaat het om. 

De Start

In 1991 verschijnt ‘Naar lezen, schrijven en rekenen’(F. Janssen-Vos, B. Pompert en H. Vink) in een serie boeken over Basisontwikkeling, een ontwikkelingsgerichte benadering van het onderbouwcurriculum (F. Janssen-Vos, 1990, 1997, 2008 en 2017).

In ‘Naar lezen, schrijven en rekenen’ wordt een communicatieve en functionele benadering van het leesschrijfonderwijs uitgewerkt. Meer dan twintig leerkrachten van verschillende scholen werken mee aan deze vernieuwende aanpak van geletterdheid.

Leerkrachten uit groepen 1/2 en 3 leveren hun goede praktijken en zo krijgen wij in de gaten om welk aanbod het moet gaan. Het lezen en schrijven wordt verbonden aan de thema’s en spelactiviteiten in de klas, zoals winkelen, de post, restaurant en museum.

Ook het teksten schrijven komt aan bod vanaf het begin.

Er is veel aandacht voor het werken met boeken: samen lezen, voorlezen, praten over boeken, verhalen vertellen en zelf leren lezen met teksten, verhalen en boeken die er toe doen. Leerkrachten die hun leerlingen leren lezen in de startboekjes, hanteren hierbij de volgende activiteiten: het eigen leesboek met tekeningen en eigen teksten, werken met eigen, betekenisvolle signaalwoorden, klank-letteractiviteiten, zoals woordenboeken, gebarenalfabet, teksten drukken en letterspellen.

In zijn inmiddels klassiek te noemen hoofdstuk: Ontwikkelingsgericht Onderwijs in de onderbouw: contouren van een cultuur historische onderwijsvisie (In; Visies op onderwijs aan jonge kinderen, 1992, Van Oers, B. van & Janssen-Vos, F.) legt Bert van Oers een Vygotskiaanse theorie onder deze aanpak.

“Juist in de leesactiviteit ligt een domein dat bij uitstek geschikt is om de ontwikkeling van de semitische activiteit op gang te brengen. Lezen is immers een proces van ontfutselen van betekenis aan een tekst.

Vanuit het begrijpend lezen met kleuters laat zich de ontwikkeling van het technisch lezen stimuleren.” Samen lezen dus, vragen stellen, verhalen tekenen, schematiseren en zelf schrijven daar gaat het om. Daar is geen enkel kind te klein voor.

 

Met jou kan ik lezen en schrijven(1997) (Knijpstra, H., Pompert, B, Schiferli, T.).

In de 90-er jaren gaan scholen om verschillende redenen in de groepen 3 en 4 ‘Basisontwikkeling’ invoeren en verder ontwikkelen. In samenwerking met verschillende leerkrachten wordt de aanpak van ‘Naar lezen, schrijven en rekenen’ doorgetrokken naar de groepen 3 en 4. Overwegingen on op een ontwikkelingsgerichte manier de  overgang naar de alfabetische geletterdheid te maken zijn: 

·       doorgaan op de beginnende geletterdheid die al lang op gang is;

·       betekenisvolle teksten en signaalwoorden leveren tijdwinst op (sneller in de eerste boekjes lezen);

·       door de eigen taal en verhalen van de kinderen te benutten, begrijpen de leerlingen de teksten die zij leren veel beter;

·       zo doorleefd lezen en schrijven zorgt ervoor dat kwetsbare leerlingen mee blijven doen;

·       zo lezen, verbonden aan gezamenlijke thema’s in de klas, levert ingrediënten voor het opbouwen van een taalgemeenschap, waarin samen lezen en schrijven vanzelf sprekend is.

 

De ervaringen die Harm Knijpstra op doet in een aantal Amsterdamse scholen maken duidelijk hoe belangrijk het zelf teksten schrijven is. Zijn succesvolle interventies in meertalige groepen zorgt ervoor dat leerkrachten grip krijgen op T2-situaties.

Het boek geeft concrete voorbeelden en handvatten, waardoor leerkrachten zich gesteund voelen en aan de slag kunnen.

 

Zin in lezen’ (2012) (Pompert, B. en De Wever, M.)

Veel scholen in het hele land gaan met de OGO-aanpak aan de slag. Er verschijnen artikelen in de vakbladen o.a. in ZONE en er wordt onderzoek gedaan naar verschillende elementen van deze manier van lezen en schrijven.

Marlies de Wever is onderwijsbegeleider bij BCO en begeleidt zeven scholen die zonder aanvankelijk leesmethode het lezen en schrijven in groep 3 ontwikkelingsgericht aanpakken. De scholen vormen een netwerk dat elkaar drie keer per jaar treft en Marlies begeleidt alle deelnemende leerkrachten in hun eigen groep.

De Activiteit en BCO werken samen in dit project en besluiten extra inzet op een gericht onderzoek naar de resultaten te financieren.

In het boekje ‘Zin in lezen’ wordt duidelijk dat de deelnemende leerkrachten zeer tevreden zijn en blij met de resultaten. Bij de resultaten van de leerlingen valt op dat de leesmotivatie van alle leerlingen – ook die van de aarzelende lezers – hoog uitvalt.

 

Lezen en schrijven doe je samen’ (2017) (Pompert, B.)

Nieuwe scholen en leerkrachten gaan mee doen en leveren nieuwe ervaringen en goede praktijken. Onderzoek naar lezen staat niet stil en steeds weer blijkt het belang van leesmotivatie en lezen met begrip vanuit de inhoud.

In ‘Lezen en schrijven doe je samen’ wordt de ontwikkelingsgerichte aanpak daarmee verdiept.

Het boek geeft invulling aan de 10 ingrediënten van de aanpak:

  1. Betekenisvolle activiteiten
  2. Schrijver zijn en blijven
  3. Vierveldenmodel
  4. Drie-fasenmodel
  5. Rijke leeromgeving
  6. Samen doen wat samen kan
  7. Passende instructie voor alle leerlingen
  8. Planning van het aanbod
  9. Handelingsgericht observeren en registreren
  10. Adaptief toetsen en frequent bijstellen van het aanbod

                    

Deze aanpak wordt nu gebruikt in alle scholen die werken aan ‘Zin in Lezen’ en in cursusgroepen die op een ontwikkelingsgerichte manier hun lees- en schrijfonderwijs willen verbeteren.